olavenhill.reismee.nl

Makan makan

Zoals jullie wellicht weten houd ik (en Hilleke eigenlijk ook) van lekker eten. Waar we ook heen reizen, lekker gegeten zal er worden. Deze vakantie is niet anders en uit deze vakantie blijkt misschien nog meer hoe zeer “makan enak” in mijn bloed zit. Als de foto’s van onze familiebezoeken nog niet genoeg zeggen: Er wordt overal eten voor ons gemaakt. En dan hebben we het natuurlijk niet over een broodje pindakaas of een ander simpel hapje, als we komen wordt er flink uitgepakt. Rijsttafel na rijsttafel wordt er gemaakt, de ene nog uitgebreider dan de andere. Dit was al in Manado en Bitung het geval (denk aan de hamburger bij Papa Ronnie maar ook aan de rijsttafel bij de familie) maar dit is gewoon doorgegaan toen we in Gorontalo aankwamen.


De reis naar Gorontalo was een vrij aparte. Omdat Gorontalo een plaats is die weinig toerisme kent is het vliegen er naartoe vooral voorbestemd voor de wat rijkere Indonesiër. De arme gaan namelijk met de auto (10 á 12 uur!!). Omdat er niet veel mensen naartoe vliegen stond er een simpel vliegtuig van Wings Air voor ons klaar met propellers (!). Gelukkig is het maar 40 minuten en was het vliegtuig niet compleet gevuld waardoor we erg ruim zaten. Tegen het einde van de vlucht werd er turbulentie voorspeld (en dat hebben we ook gekregen – zo erg dat Loïs de arm van Martijn als een bankschroef omklemde en deze pas losliet toen we veilig en wel op de grond waren) en dat was de voorbode voor een flinke domper…het regende dat het goot. En niet een klein beetje, maar gewoon emmers tegelijk. Waar wij vorig jaar nog in een zonovergoten gebied aankwamen waar het tegen de 40 graden liep, was het nu een regenachtige boel. Tijdens de rit naar ons hotel bleef de regen aanhouden en de persoon die ons kwam ophalen (toevallig dezelfde gids die ons vorig jaar zo goed geholpen had) vertelde dat het al dagen achter elkaar regende. Dit konden we goed zien toen we langs huizen reden die meer op woonboten leken omdat de omgeving compleet overstroomd was.


In hotel Melati kregen we drie kamers. Één kamer was op de begane grond zodat mijn vader niet teveel trappen op en af moet. Toen we ons geïnstalleerd hadden en we naar beneden gingen zat Oom Lex al met mijn ouders lekker te kletsen op de galerij. Wij gingen erbij zitten en al gauw kwamen Etty met kinderen en Vera ook op bezoek. Er werd “natuurlijk” besloten om ergens te gaan eten. We gingen eten in een goed “Seafood” restaurant waar de vissen, krabben en kreeften in tanks lagen te wachten om uitgekozen te worden. Het eten was heerlijk maar we waren moe van de reis en alle indrukken dus we lagen al vroeg op bed. We bestelden de auto met chauffeur voor de volgende dag om 10 uur zodat we de tijd konden nemen om van alles te bekijken. Etty vond het niet erg om ook te rijden dus hoefden we geen tweede auto te regelen om iedereen overal naartoe te vervoeren.


Toen we de volgende ochtend wakker werden konden we onze ogen niet geloven. Strak blauwe luchten en een brandende zon. Zo hoort het hier te zijn! We merkten wel gelijk dat we wel zoveel mogelijk in de schaduw moesten staan omdat het in de zon echt te heet was. Om ongeveer 10 uur stond Etty voor de deur van ons hotel. Ze had alleen de sleutels in het contact laten zitten en de autodeur op slot gegooid dus konden we nog niet weg. Ze had echter buiten de chauffeur van onze auto gerekend aangezien die bepaalde inbraak-skills bezat. Hij leende een liniaal van het hotel en begon als een bezetene als een volleerde inbreker tussen het raam en de deur tegen het slot aan te stoten. Toen dat bij de ene deur niet werkte probeerde hij de andere deur. Uiteindelijk kreeg hij het nog voor elkaar ook. We kwamen er wel achter dat door het gestoot tegen de sloten de voordeuren allebei niet meer open gingen en iedereen via de achterdeuren uit moest stappen. Verder geen probleem, behalve dat er flink gelachen werd elke keer als er in en uitgestapt moest worden.


De tocht naar de geboortegrond van mijn vader werd onderbroken door een bezoek aan de oude dame die we vorig jaar ook gezien hadden en voor de familie had gewerkt. In haar tuin hebben we rujak gegeten voor we verder gingen naar de fundamenten van het geboortehuis van Pa. Het was voor hem een flinke klim maar hij heeft de tocht volbracht en heeft ons uit kunnen leggen waar wat lag en hoe het er 60 jaar geleden uit gezien moet hebben. Het was echter wel een flinke aanslag op zijn fitheid en de verhalenmachine stokte dan ook een beetje. Gelukkig kwam deze weer op gang toen we in het hotel waren. Voordat we daar waren hebben we echter nog een late lunch bij Etty gekregen (waar we echt veel gegeten hebben) en zij ons vertelde dat ze ons om 8 uur ’s avonds verwachtte voor het avondeten. Ondertussen konden wij even uitrusten en ons opfrissen in het hotel.


‘s Avonds reizen we met een bentor (motor met twee zitjes voorop) naar het huis van Etty en ook nu eten we weer veel en lekker. Zoals ik in de inleiding al zei een terugkerend thema tot nu toe. Morgen gaan we verder met het verkennen van Gorontalo. Geen idee waar we nu weer belanden maar de verhalen zullen weer speciaal zijn en het eten vast weer heerlijk.


Sampai nanti!

Koning te rijk ;-)

Vorig jaar vlak voordat we naar Indonesië afreisden kreeg Olav het een soort van benauwd. Hij besefte dat hij naar de geboortegrond van zijn ouders ging, maar dat hij de verhalen van met name zijn vader moest missen. (Ernst was 14 toen hij naar Nederland verhuisde en heeft dus aardig wat meegemaakt in dit land). Toen voor vertrek zei hij het al: volgend jaar gaan jullie mee en dan gaan we met de familie. Wat heeft het voor zin om te gaan en enkel te kijken? Hij wil graag het verhaal achter de mensen, gebouwen en plekken horen. Hij heeft het voor elkaar gekregen! Na maanden van voorbereiding en voorpret (en hier en daar toch ook wel wat spanning) is het moment eindelijk daar; we zijn aangekomen in Manado, Indonesië.

Met rolstoel en al zijn we bepakt en bezakt vanaf Dusseldorf gevlogen. Die rolstoel bleek al snel een groot voordeel te zijn. Dankzij de rolstoelservice op de verschillende luchthavens mochten/moesten we overal voor. Het personeel dat Ernst begeleidt wringt ons overal tussendoor en maant ons vooral bij elkaar te blijven. En zo gebeurt het dat we in de kortst mogelijke tijd door de douane bij de gate staan. We mogen zelfs als eerste boarden! In Dubai mogen Ernst en Henny wachten in de lounge en wachten wij bij de rest van het ‘gewone ‘ volk.

Via een overstap in Dubai en een pauze in Colombo (Sri Lanka) komen we na ruim 24 uur reizen aan in Singapore. Hier overnachten we, omdat we liever niet 12 uur op de luchthaven rondhangen. De volgende morgen staan we al weer vroeg op de luchthaven en vliegen we eindelijk naar onze eindbestemming. De sfeer zit er goed in; in Singapore spreken veel mensen Maleis (en dat lijkt op Bahasa Indonesia) en kan Ernst al lekker op zijn praatstoel gaan zitten. Dit blijkt bij de landing echter een voorbode te zijn geweest. We zijn het vliegtuig nog niet uit of de ene na de andere grap komt voorbij. Ernst is duidelijk in goede doen en voelt zich (zo lijkt het in elk geval) koning te rijk. We worden wederom begeleidt, de visa voor ons verblijf worden voor ons geregeld en zo doende lopen we al snel door naar de douane. Deze voorspoed blijkt al snel iets te optimistisch… We staan, zo lijkt het, uren in de rij voor een stempel in ons paspoort. Bij iedereen wordt een vrolijk praatje gemaakt en bovendien staan er meer douaniers achter de andere douaniers te controleren wat er gestempeld wordt dan dat er daadwerkelijk aan het stempelen zijn. Als de familie Agaatsz aan de beurt is, gaat het feest beginnen. Ernst is dankzij zijn begeleiding al lang bij de bagageband en voert daar het hoogste woord met de medewerkers van de luchthaven. Wij moeten echter allemaal uitleggen dat we familie zijn en op familiebezoek komen. Iedereen vindt het machtig interessant en bestudeert ons uitgebreid. Loïs en Hilleke wordt nog gezelschap aangeboden op Bunaken (wat al snel wordt ingetrokken als Olav en Martijn in beeld komen).

Onze verschijning op de luchthaven (we voelden ons echt een attractie) heeft ons, zo blijkt als we in het hotel aankomen, vooruit gestreefd. Van Lukman Agaatsz krijgen we via Facebook te horen dat hij via een vriend op de luchthaven al heeft gehoord dat we zijn aangekomen. Het moet niet gekker worden…

In de namiddag gaan we met z’n vijven op pad. Ernst is moe en blijft achter op de hotelkamer. We lopen door de stad op zoek naar eten en komen uit bij een Warung waar sate kambing wordt gemaakt (sate van geitenvlees). Deze tent, waar de keuringsdienst echt niet blij van zou worden, is voor ons een succes. We zitten aan een buiten (wat eigenlijk geen verschil maakt, want het houten huisje heeft geen ramen of deuren) op krukjes aan een houten tafel. Op het plaatsje ervoor staat een smalle barbecue die totaal zwart is geworden, hier gaat onze sate op. Vakkundig wordt het vuur aangewapperd met een rieten waaier en worden onze stokjes vlot omgedraaid. Het is heerlijk, maar heet. De pepertjes in de saus eroverheen branden flink in onze mond. Achteraf vragen we ons dan ook af of deze maaltijd een verstandige keuze was op dag één.

Als we terug zijn in het hotel zien we een bericht van Lukman; hij is in Manado en wil naar ons hotel komen. Binnen no-time staat hij in de lobby en haasten we ons allemaal naar beneden. Ernst neemt een fotoalbum van de familie mee en laat allerlei foto’s zien van familieleden in Nederland en Indonesië. Er wordt volop gekletst en de plannen voor de komende dagen stapelen zich op. Lukman is druk met bellen naar allerlei familieleden om vervolgens als verrassing Ernst aan de lijn te geven. De komende dagen zijn al flink gevuld! Het is fantastisch om te zien hoe gastvrij we hier worden ontvangen. Na het maken van de plannen eten we in het restaurant van het hotel.

Gelukkig is het programma deze reis wat rustiger dan de vorige keer en hebben we nu meer tijd om bij verschillende mensen langs te gaan. We hoeven ons niet te haasten en hebben zo zelfs tijd voor karaoke en een hamburger bij de familie Van der Kleij.

Vrouw achter het stuur... (politie enzo)

Na het indrukwekkende bezoek aan Petra zijn we donderdag in de auto gestapt naar Wadi Rum. Dit is een beschermd natuurgebied dat voornamelijk bestaat uit woenstijn met enorme rotsformaties. Hoe zuidelijker we kwamen hoe duidelijker het werd wat er met deze rotsen bedoeld werd. Het landschap is heuvelachtig, compleet bedekt met roodachtig zand. De rotsen zijn immens, zeg maar steile bergwanden. Door de wind en het daarbij komende zandstralen zijn deze bergen/rotsen in de mooiste formaties veranderd. Na een tocht van circa twee uur komen we in het reservaat aan. Een aantal Arabieren wijst ons de weg; er wordt druk gebaard (door elke Arabier in een andere richting) dat we moeten parkeren. Als we eenmaal staan, wordt ons gevraagd of we al een boeking hebben. Zodra de jongens horen dat we bij Atallah moeten zijn, worden we terug de hoofdweg opgestuurd; we moeten naar het Visitor Center. Bij de hoofdingang staat de volgende (of hebben we deze al gezien, ze lijken zo op elkaar...) We moeten weer parkeren en entree betalen. Gelukkig heeft Hill door dat dit niet klopt, in onze boeking staat dat we de entree al vooraf betaald hebben. Na wat heen en weer gebel en flink wat onduidelijke gebaren, worden we naar het huis van Atallah gebracht. We krijgen thee en vervolgens een Jeep toegewezen. In ongeveer vier uur worden we door het reservaat gereden. Het is niet super droog, tussen het zand staan heel veel kleine plantjes. Wat het precies is kunnen we niet ontdekken, de kamelen zijn er dol op! We komen langs een waterbron(netje), een hele hoge zandduin, een brug die gevormd is door erosie (hier was een professionele film opname aan de gang), een canyon en als laatste een zeer indrukwekkende zonsondergang vanaf een rots. Tussendoor zijn we ook nog even meegenomen naar een bedouinentent van de oom van onze chauffeur. Daar drinken we thee tussen drie vrouwen en honderden vliegen. De chauffeur vertelt dat we absoluut geen foto’s mogen maken van de vrouwen. Het blijken de twee vrouwen van zijn oom te zijn en een van zijn dochters. Olav wordt aangeboden om met de dochter te trouwen. Je mag hier tenslotten vier vrouwen hebben en Olav zou er dus nog drie bij mogen hebben. Na duidelijk gemaakt te hebben dat Hilleke dan wel eens moordneigingen zou kunnen krijgen laten ze het onderwerp maar rusten. Er wordt terloops nog wel een paar kamelen geboden voor Hilleke maar verder dan dat grapje gaat het niet. Terwijl we zo een beetje om ons heen zitten te kijken en stiekem toch wat foto’s van de vrouwen proberen te maken komt de oom even thuis. Hij loopt een beetje om zich heen te kijken, praat wat met onze chauffeur en vertrekt dan weer. Ik geloof dat hij niet eens in de gaten had dat wij er zaten. Onvoorstelbaar dat mensen in deze tent wonen. We vragen nog even of het niet alleen voor de toeristen is dat ze hier verblijven maar onze chauffeur verzekert ons dat het heel handig is om in dit soort tenten te wonen omdat ze elk seizoen een andere plek op kunnen zoeken die op dat moment het beste is voor de kudde geiten.

Het kamp waar we slapen bestaat uit tien tenten. Er verblijven ongeveer 20 toeristen in totaal. ’s Avonds krijgen we een traditionele maaltijd, die is bereid op een vuurtje in het zand. Een etagère van barbecueroosters wordt in een gat in het zand gezet. Onder aan dit gat ligt een aantal kolen te gloeien. Als het geheel staat wordt het gat met een groot deksel en voor ruim een uur afgesloten. Het eten is heerlijk! Na het eten worden we vermaakt met muziek om het kampvuur. We worden allemaal geacht mee te klappen en moeten ombeurten rondjes om het vuur dansen. We lachen ons kapot!

In de morgen verslapen wij ons enigzins (ondanks dat we een wekker hebben gezet). We missen het ontbijt, maar zijn op tijd om per kameel naar het dorp terug te keren. Er staan 6 kamelen (eigenlijk dromedarissen, maar dat zijn hier ook gewoon kamelen) klaar. De heren in het gezelschap komen er na het opstijgen en de eerste stappen achter dat de tocht niet goed is voor de kroonjuwelen. Het schudden op het redelijk instabiele zadel is niet echt bevorderlijk zeg maar... De kamelen zitten allemaal aan elkaar vast. De voorste heeft de vaart er niet echt in en stopt regelmatig om iets te eten van de vele kleine plantjes in het zand. Vervolgens botsen alle andere kamelen in de karavaan op elkaar. De kameel waar Olav op zit, wordt telkens als dit gebeurt in de nek gebeten door zijn voorligger. Deze heeft schijnbaar een ochtendhumeur en geen zin in bumperklevers. De kameel van Hill ruikt, zo lijkt het, zijn stal en probeert de andere kamelen tervergeefs in te halen. Als de jongens dit zien, wordt het halster nog een stukje strakker gebonden. Hij kan nu enkel volgens wat zijn directe voorganger doet. Na twee uur komen we, met stijven benen van het bungelen, aan in het dorp. We rekenen onze jeeptocht af en stappen in de auto op weg naar Aqaba.

Omdat Olav zich niet lekker voelt, rijdt Hilleke dit stuk. Het is een rit van ongeveer een uur. Na een half uur over de Desert Highway zit de vaart er goed in, bergje af met de wind in de rug zeg maar. Onderaan de berg staat een auto haaks op de weg geparkeerd. De voet gaat direct op de rem, maar het is al te laat. Het ronde machinistenbordje gaat omhoog en gebaart ons om aan de kant te gaan staan. Gelukkig hebben we dit al eens meegemaakt, we weten wat ons te doen staat; een toneelstukje over de autopapieren en vooral vriendelijk lachen. Zodra de auto stilstaat, treffen we een jonge agent met een veel te hippe zonnebril op. Hij komt dichterbij en vraagt om ‘license the car’. We weten dat we geen autopapieren hebben gekregen, maar doen alsof onze neus bloedt. Hill geeft daarom haar rijbewijs, dit is tenslotte ook een license. De agent zegt dat hij dit niet bedoeld en herhaalt wat hij wil. Hilleke zegt dat ze het net gegeven heeft en er ontstaat een kleine discussie. Inmiddels doet Olav alsof hij het begrijpt en begint in het dashbordkastje te zoeken. Uiteindelijk geven we het huurcontract van Europcar, dat is eigenlijk niet wat hij bedoeld, maar er wordt genoegen meegenomen. Ineens neemt het gesprek een andere wending; ‘You have problem, speeding’. Reden we te hard, nee toch? (Jawel...) Aldus de agent hadden we 152 gereden, waar 110 is toegestaan. Dit was zeker niet het geval, maximaal 130. (Maar ja, dat is ook te hard. Hoe gaat we ons hieruit kletsen?) Met de meest naïve glimlach en wat geknipper met de ogen, lijkt de agent is te ontdooien. Inmiddels komt er aan andere agent bij, deze wil weten waar Olav vandaan komt. Hij lijkt namelijk op een Argentijn, of Colombiaan. Olav kletst vrolijk mee en moet uiteindelijk zelfs zijn paspoort laten zien. Agent nummer 2 vindt alles best grappig en interessant en begint over de vorige generatie beroemde voetballers te praten; Gullit, Van Basten.Gelukkig haakt Olav vlot aan doet nog een duit in het zakje, Van Persie doet het goed. Robben is niet zo populair, want hij speelt niet in Spanje. (De grove snelheidsovertreding is ineens vergteten en de jongens lijken het naar hun zin te hebben). Agent nummer één vraag of Olav voor Real of Barca is. Olav is even stil en agent nummer twee zegt dat hij voor Real is. Agent nummer één kijkt afkeurend en op basis daarvan zijn Olav en Hilleke allebij spontaan 100% Barca fan. Met deze laatste bekentenis, is de boete voorbij. We krijgen ons rijbewijs, paspoort en huurcontract terug. Hilleke krijgt nog een laatste waarschuwing; ‘slow down, speedlimit 110 kilos’. Redelijk opgelucht, maar ook wel lacherig om wat er zojuist is gebeurd aan de kant van de grootste snelweg van het land, gaat we verder riching Aqaba. Nu zijn we helemaal wel toe aan een middagje aan het strand of een zwembad! Hoe het kan dat we enkel aan de kant worden gezet als Hilleke rijdt is ons tot op heden een raadsel...

Over hele slechte en hele goede dingen in Jordanië

Hoewel het eigenlijk niets voorstelt kunnen we het toch niet laten om jullie mee te nemen in een ietwat rare situatie. De meneer die ons op de luchthaven opwachtte had ons namelijk twee vrijkaartjes gegeven voor een nieuw museum vlak bij Mt. Nebu. Nederlands als we zijn gaan we daar natuurlijk op af. Het is tenslotte gratis. Als we binnenkomen in het museum (La Storia heet het) doet het al een beetje vreemd aan. Normaal gesproken als je binnenkomt in een museum is er eventueel een kaartverkoop en beginnen de eerste stukken die worden tentoongesteld al naar je te lonken. Bij dit museum gaat dit heel anders. We komen binnen in een soort wachtkamer met een balie. Bij de balie zeggen we dat we vrijkaartjes hebben en er breekt lichte paniek uit. Een minuut geleden is de rondleiding begonnen en zonder rondleiding mogen we niet naar binnen. Er wordt even gauw gevraagd aan de gids of het goed is dat wij erbij komen en we treden de wonderlijke wereld van La Storia binnen. Met twee andere gasten die dus blijkbaar een paar minuten eerder waren aangekomen dan wij krijgen we een rondleiding door het museum. We lopen langs verschillende plekken waarin er bijbelse gebeurtenissen worden afgebeeld. Deze gebeurtenissen hebben ze geprobeerd na te maken met behulp van etalagepoppen, knuffels en ander soortig materiaal. Knuffels worden vooral goed zichtbaar bij de Ark van Noach waar ze de loopplank oplopen. Ook zijn er binnenin de ark twee knuffelgiraffen te zien. Het is niet helemaal in proportie maar ach.. Onze 'gids' vertelt ondertussen wat bij de bijbelse afbeeldingen. Helaas weet ze er niet veel van. We merken dit vooral omdat het andere gedeelte van onze groep (een wat ouder echtpaar) heel gericht foto\'s aan het nemen is van de slecht uitgebeelde vertellingen en onze gids ook wat vragen probeert te stellen. Helaas kan onze gids op geen enkele vraag antwoord geven. Daarom recycled ze gewoon haar uit het hoofd geleerde zinnetjes opnieuw. We hebben een beetje het gevoel alsof we in de Fata Morgana van de Efteling lopen, alleen dan slechter en we snappen nu ook precies waarom we hier vrijkaartjes voor hebben gekregen. Na een stukje bijbelvoorstellingen (met een hele slechte Mozes die de Rode Zee splijt - dit is namelijk gedaan met twee tuinslangen) komen we volgens onze gids bij een stukje geschiedenis. De eerste voorstelling is een grote wand met alleen de bovenkant van de Treasury van Petra erop. De gids vertelt hier dat we hier zien hoe Petra ooit uitgehouwen is in de rotsen, namelijk van boven naar beneden. Het oudere echtpaar wil graag wat meer informatie en vraagt wanneer dit dan precies was. Onze gids antwoord met: 'Lang geleden...', en maakt een wegwerpgebaar naar achteren. Helaas is dit museum een soort Ikea waarbij je de route moet volgen zodat je alles moet zien en konden we op dat moment dat wij eingelijk al wisten dat dit helemaal niets was niet naar de uitgang gaan. Na dit korte stukje geschiedenis kwamen we langs beelden uit het dagelijks leven. We zagen een smid, een kapper die tegelijkertijd ook tandarts was en meer van dit alles. De gids vertelde eigenlijk alleen wat we al konden zien en we probeerden het tempo dan ook zo hoog mogelijk te houden. Dit lukte aardig. Aan het eind van de rondleiding werd ons verteld dat we door de mozaïekwerkplaats konden lopen en toen begon het ons te dagen. Dit hele 'museum' is niets meer dan een lokkertje om mensen mozaïeken te laten kopen. We wisten niet hoe snel we weer naar buiten moesten gaan en vervolgden onze weg toen snel richting de dode zee.

De Dode Zee is een verhaal apart. Het schijnt dat de waterspiegel hier een meter per jaar daalt. Het zoutgehalte wordt derhalve alleen maar hoger. Het hangen in dit water is zeer rustgevend en je probeert op de meest rare manieren jezelf onder water te krijgen (behalve mond en ogen natuurlijk) wat zeer veel moeite kost. We kwamen erachter dat je zelf verticaal kunt blijven drijven en we hebben dan ook een beetje door de Dode Zee gewandeld. We hadden echter alleen de ochtend bij de Dode Zee want \'s avonds moesten we naar een hotel in Petra zodat we daar \'s ochtends om 6 uur al voor de deur konden staan, voordat de horden met toeristen en touringcars Petra compleet overspoelen en er dus geen foto meer te maken valt. Deze rit viel niet mee en we hebben dan ook om beurten gereden. Hill heeft het meest gereden en dat was maar goed ook aangezien we 40 kilometer voor Petra werden aangehouden door de politie. Deze vroeg om papieren. Nietsvermoedend gaf Hill haar rijbewijs en de huurovereenkomst van Europcar aan de agent. Hij wilde echter de papieren van de auto hebben. Na veel gezoek in het dashboardkastje kwamen we erachter dat we deze helemaal niet gekregen hadden van de maatschappij. De agent zei: 'You have a problem now. I am keeping your license.'. Dat was een beetje schrikken. De agent zag dat en keek Hill diep in haar ogen en zei: 'Laat het nooit meer gebeuren maar omdat je zulke mooie ogen hebt mag je door.'. Dat vinden wij nou goed zaken doen. We hopen dan ook dat bij een eventuele volgende aanhouding Hill weer achter het stuur zit om met haar ogen te knipperen.

Zoals we al eerder schreven wilden we \'s ochtends om 6 uur al bij de ingang van Petra zijn. Bij de kaartverkoop verkochten ze ook kaartjes voor Petra by night waarbij je \'s nachts Petra in mag. De oude stad inclusief de wandelroute is dan verlicht met een kleine 2000 kaarsen. Natuurlijk hebben we deze kaarten gelijk aangeschaft. En wat was het rustig! We liepen samen met 3 andere toeristen bij de ingang. Dit waren wat oudere mensen dus wij hebben flink de pas er in gezet, de toeristen al gauw achter ons latend. In de kloof die toegang geeft tot de stad hebben we ons verwonderd over alle verschillende kleuren die het ijzererts in de rotsen maakt. Zo ‘ochtends vroeg is het ook nog niet heel warm dus we konden flink doorstappen. Na ongeveer anderhalve kilometer zie je, tussen een nauwe kloof, de eerste glimp van het bekendste beeld van heel Petra. De Treasury. Wat een indrukwekkend gebouw. En er was echt helemaal niemand, behalve een werknemer van Petra die zijn slaapzak midden op het terrein had gelegd en daar gewoon nog lag te slapen. Wij probeerden dus om de Treasury zo goed mogelijk, zonder slaapzak, op de foto te krijgen. Een kameel was onze redding. Na een tijdje kwam er namelijk een kamelenmenner en zette zijn kamelen voor De Treasury neer. Deze kameel zorgde ervoor dat we de slaapzak niet meer zagen. En wat een fantastisch plaatje krijg je dan! We hebben die ochtend tot ongeveer 11 uur in Petra doorgebracht alvorens we, hongerig, naar een eettentje op zoek zijn gegaan.

Na de wandeling van 5 uur hebben we ons dan ook heerlijk laten verwennen in een Hammam. Dat was wel even nodig en goed ook aangezien we die avond nogmaals de wandeling zouden gaan maken. \'s Avonds hebben we wederom onze ogen uitgekeken. Hoe schitterend is Petra als het alleen maar verlicht is door honderden kaarsen. Helaas had een aantal toeristen ook zaklampen bij zich, dus wij hebben wederom de spurt erin gezet om Petra alleen bij kaarslicht te ervaren. Eenmaal bij de Treasury aangekomen was het complete plein verlicht met kaarsen en moesten we gaan zitten. Wij zaten, door onze spurt, gelukkig op de eerste rij en konden naar hartelust foto\'s maken van dit schouwspel. We hebben er ook voor gekozen om als laatste terug te lopen om rustig nog wat foto\'s te nemen. Zo kunnen we zeggen dat we de eerste waren die Petra die dag bezochten, en de laaste die Petra die avond verlieten. Wat een avontuur!

We gaan vandaag op weg naar de Wadi Rum. Een nachtje in de woestijn slapen. Gelukkig hebben we gister allebei een hoofddoek gekocht die we vandaag dankbaar gaan gebruiken lijkt ons.

De foto\'s volgen nog!

Van de Egyptenaren naar de Grieken en zelfs de Romeinen

Vandaag zijn we na een korte vlucht geland op de luchthaven van Amman. We kunnen de luchthaven betreden via een officiële sluis in plaats van een shuttlebus. Eenmaal binnen valt ons op dat de luchthaven groot, schoon en bovenal heel modern is. Bij de paspoortcontrole halen we een visum voor 20 Dinar (22 Euro) en halen onze bagage op. We worden wederom netjes opgehaald en over zeer goede wegen naar ons hotel gebracht.

We zien nette huizen en flatgebouwen en hier en daar een dromedaris. De chauffeur doet een poging om ons de verkeersregels uit te leggen. Als het op voorrang geven aankomt moet je vooral goed nadenken wie er eerst gaat.

In vergelijking met de hotels in Egypte, zijn we nu in een super luxueus hotel beland. We hebben zelfs WiFi! (Later in de auto vragen we ons af waarom we daar eigenlijk zo blij van worden. We hebben het, op het posten van ons blog na, niet echt gemist de afgelopen week. Na een klein halfuur worden we gebeld op onze kamer dat de huurauto klaarstaat. Olav moet naar beneden komen om alle documenten te tekenen en dan kunnen we op pad!

Zo gezegd zo gedaan, om half drie zitten we in onze peugeot 207 (automaat) richting Jerash. Voordat we naar de opgravingen van een Grieks-Romaanse nederzetting gaan kijken, doen we boodschappen in een mega shoppingmall vlakbij het hotel. Vanaf de highway zien we het winkelcentrum al liggen en vragen ons af hoe je daar eigenlijk komt. Hebben we misschien een afslag gemist? Als we dichterbij komen zien we haaks op de weg (waar je 90 mag, maar harder wordt gereden) verschillende afritten. We besluiten een poging te doen om zo\'n afrit te pakken. Het lukt, zonder het verkeer tot last te zijn rijden we tussen de Bedouinetenten door naar de Carrefour en een McDonald\'s. Het is toch een soort van traditie geworden om in elk land te checken hoe de McDonald\'s daar is. En komen er elke keer weer achter dat er iets kleins is aangepast een de cultuur van het land. In China is alles pittig, in Indonesië krijg je rijst, in Nederland hebben we een Mc Kroket. Hier hebben ze ook een Big Mac Chicken en pittige varianten. Vooral het Arabische schrift onder het wereld beroemde logo verrast ons. Na deze verantwoorde en voedzame luch zetten we onze trip voort richting Jerash om daar de oude stad Gerasa te bezoeken.

Het is al in de namiddag als we aankomen en daarom is het heerlijk rustig. We lopen met onze reisgids in de hand over het terrein. We beginnen in het Hippodrome. Op deze locatie is Wie is de mol seizoen 9 opgenomen, hier werd in aflevering 6 op de kandidaten gejaagd, deze informatie hebben we zelf ook op moeten zoeken

\"Laughing\"
. Tijdens de rest van onze trip zullen we vaker op Mol locaties terecht gaan komen. Het verschil met de opgravingen in Egypte kan bijna niet groter. Van de piramides naar Korintische zuilen en een tempel voor Zeus. Olav komt er achter dat hij in vergelijking met zijn kennis over Egypte en de Romeinen maar bar weinig weet over de Grieken, bij Hilleke komt er veel informatie van de lessen kunstgeschiedenis naar boven (elke zuil en timpaan - Olav weet tot op heden nog steeds niet wat een timpaan is - wordt uitgebreid bekeken). Gerasa wordt gezien als \'s werelds best bewaarde nederzetting buiten Italië (Het Pompeï van het Midden Oosten). Het complex is groot en strekt zich uit over een heuvel. Terwijl de zon langzaam zakt bezoeken we het theater dat half uit een rots is gehouwen.

Morgen vertrekken we richting het zuiden van het land om de heilige Mount Nebu te bezoeken. Hier heeft, volgens de verhalen, Mozes gestaan en het beloofde land gezien. We zijn benieuwd!

Welcome to Jordan

Nou daar zijn we dan weer. Na een week in Egypte, waar het internet nog trager is dan de treinen, zijn we vandaag aangekomen inJordanië. We zitten in een prachtig hotel en hebben net de huurauto gekregen. Een Peugeot 206. Wel een automaat maar dat is alleen maar lekker als je de afstanden gaat afleggen die wij gaan doen deze week.

We hebben de afgelopen week natuurlijk niet stil gezeten en hebben wel trouw op de laptop blogjes geschreven. Om die echter allemaal aan elkaar te plakken en er 1 blog van te maken leek ons een beetje teveel van het goede, we willen onze lezers natuurlijk niet met een blog zo groot als The Lord of the Rings opzadelen. Daarom hebben we de afgelopen 3 blogs die we hebben geschreven wel gepost en de liefhebber kan deze dan in eigen tempo lezen (of ze lekker overslaan en alleen onze Jordaanse avonturen lezen). De blogs staan lekker op volgorde onder deze en we raden vooral aan om ons avontuur in de nachttrein van Luxor naar Caïro niet over te slaan.

We hopen jullie hier in Jordanie in ieder geval makkelijker op de hoogte te kunnen houden dan in Egypte. Het land doet erg westers aan en we denken dan ook dat we het hier prima zullen hebben. We vertrekken zo al naar onze eerste bestemming. Voor het eerst rijden in onze huurauto. Gelukkig hebben ze naast het Arabische schrift ook de Engelse benamingen op de verkeersborden staan, anders was het nog een hele klus.

Tot heel binnenkort en vergeet vooral niet de foto\'s te bekijken die we in Egypte hebben genomen. Absoluut de moeite waard! Voor de mensen die onze andere fotoboeken kennen, dit wordt er weer eentje ;-)

Excuse me, finish?

Het einde is in zicht. Na 5 weken, 35 dagen en heel wat uren in de auto en het vliegtuig hebben we een aardige rondreis achter de rug. Inclusief alle vluchten (en soms helse ritten over land) hebben we in totaal een slordige 28000 kilometer achter de rug.

We hebben werkelijk waar een fantastische reis achter de rug (voor wie dat nog niet eerder gelezen had). Zo ontzettend veel ervaringen opgedaan dat we nu aan het eind bijna zouden vergeten dat we in Jakarta het geboorte huis van Henny (Olav’s moeder) hebben gevonden en op Kalimantan oog in oog hebben gestaan met orangutans.

Wat zullen we het über-beleefde “Excuse me, finish?” van de gastvrouwen door het hele land gaan missen als we straks weer ons eigen prutje staan te koken. Het is toch een soort gewoonte geworden om “ja” te antwoorden als je bord leeg is, je bestek erop licht (inclusief gebruikt servet) en er gevraagd wordt of je klaar bent met eten, zodat er afgeruimd kan gaan worden. Tja, je raakt eraan gewend hè...

Terwijl we vandaag aan het genieten waren van een zeer ontspannen dag aan het zwembad met uitzicht op het strand met palmbomen hebben we alles eens even rustig op een rijtje gezet, hier is een top 5 uit voortgekomen (met eigenlijk een gedeelde eerste plaats)

  1. Orangutans op Kalimantan

Oog in ook staan met een dier dat tot wel 8x sterker is dan jij is een bijzonder iets. De beesten leven in het wild, of worden ‘opgevoed’ om weer in het wild te kunnen overleven na een periode van gevangenschap. Het autentieke jungle gevoel kwam bij ons echt tot leven toen we op de boot zaten en er een flinke stortbui over ons heen trok. We zaten met recht in het regenwoud.

1. Familie Agaatsz in Gorontalo

De gastvrijheid en behulpzaamheid van de mensen uit Gorontalo en dan vooral de mensen die de familie Agaatsz kennen is niet te beschrijven. Ik stond met mijn mond vol tanden toen er steeds meer mensen betrokken raakten bij onze zoektocht. “Wacht even, ik fris me even op en dan kom ik wel met jullie mee. Dat is wel zo gemakkelijk.” Hoe is het mogelijk dat wij aan de andere kand van de wereld, ins ons hectische bestaan, op een door de weekse dag waarschijnlijk nooit zouden kunnen zeggen: “Ik ga met je mee, ik help je wel!” Het zou het leven van iedereen een stukje leuker maken denk ik.

1. Famili Agaatsz en Van der Kley in Manado en Bitung

Via Facebook familie leren kennen en een maand later ook daadwerkelijk ontmoeten, zo snel kan het gaan met internet. Lukeman, de neef van Olav, heeft ons met trots zijn familie voorgesteld en ons zijn stad laten zien. Met hem zijn we de enige keer van deze vakantie uit geweest. Karaoke. Hierover wil ik, met mijn beperkte zangtalent, niet al te lang over uitwijden. (Het was wel leuk hoor J)

2. Scooter rijden in Sidemen (Bali)

Een primeur! Ik heb voor het eerst in mijn leven scooter gereden. Niet achterop, maar gewoon officeel zelf aan het stuur. Het was opzich nog wel een beetje spannend. We hadden namelijk geen internationaal rijbewijs bij ons, en dat is buiten Europa wel verplicht. Sterker nog, Het rijbewijs van Olav zit nog in zijn motorjas dat in Lelystad aan de kapstok hangt. De gouden tip was: Wordt je aangehouden. Doe alsof je dom bent en niets begrijpt. Dan laten ze je vanzelf weer gaan. Gelukkig zijn we, ookal zijn we een politiebureau gepasseerd, niet aangehouden. Het was echt super tof om net als de lokale bevolking over de bergweggetjes te scheuren en al toeterend de bochten door te gaan en langzame vrachtwagens in te halen! Ik voelde me best stoer, hihi!

3. Zeeschildpadden spotten

Om langs Crush en Squird te zwemmen was een bizarre ervaring. Ookal waren de schildpadden niet zo groot als ze soms wel eens gespot worden op Bunaken, waren wij heel tevreden met 6 schildpadden met een doorsnede van ongeveer een meter!Deze introductieduik heeft Olav zo enthousiast gemaakt dat hij als hij thuis is graag zijn Padi wil gaan halen om volgend jaar meer dagen duiken te kunnen maken.

En eigenlijk hoort het eten dat we vooral bij de lokale bevolking thuis tijdens onder andere wandeltochten hebben gegeten ook nog in dit rijtje thuis.Gelukkig hebben we in het notitie boekje dat ik van Elin voor mijn verjaardag heb gekregen flink wat recepten op kunnen schrijven en kunnen we thuis aan het oefenen.

Morgen worden we om 8:30 uur (lokale tijd) naar het vliegveld van Bali gereden. Daar stappen we op het vliegtuig naar Jakarta. Vanaf daar vliegen we om 18:50 via Kuala Lumpur naar Amsterdam. Hier landen we om 5:55 lokale tijd (dus voor ons gevoel 11:55. Dat betekent dat we ruim 27 uur aan het reizen zijn voordat Annemiek en Liset ons bij de gate op staan te wachten...

Excuse me, finish...?

Cool

Mijn neef is B.A. Baracus ;-)

Dit blog kunnen we nu pas uploaden. Dagen lang geen internet gehad. Op Bali zou je anders verwachten, haha! Maar... beter laat dan nooit :D

Vandaag was weer een dag vol indrukken en leuke/mooie momenten. 's Ochtends hadden we om 10 uur afgesproken met mijn nieuw gevonden neef, Lukeman, in de lobby van het hotel in Manado. We hadden ook gelijk onze auto met chauffeur om 10 uur besteld zodat we ook buiten Manado ons konden verplaatsen aangezien de familie van Lukeman (feitelijk gezien ook mijn familie dus) op ongeveer een uurtje rijden woont in Bitung. Dat was onze eerste stop. Lukeman spreekt goed Engels en hij vertelde ons dat hij door de weeks een leuke baan heeft bij de gemeente maar in het weekend af en toe freelance gids is. Eerst maar naar Bitung om de familie te ontmoeten. Tijdens de rit werd er gezellig gekletst en ook de chauffeur (die normaal reisjes organiseert naar een National Park) deed gezellig mee. Noord-Sulawesi staat bekend om het Spookdiertje. Een klein aapje met hele grote ogen dat z'n hoofd (net als een uil) 180 graden kan draaien. Vlak voor het familiebezoek gingen we nog even langs een soort van dierentuin. Zo konden we het Spookdiertje van dichtbij zien want we mochten gewoon de kooi in (!). Toch vonden we dit een beetje zielige plek omdat veel beesten een slecht bestaan hadden in veel te kleine kooien. Daarom zijn we daar maar gauw weggegaan. Bij de familie was het erg gezellig. Er werd gekletst en er werden plannen voor later op de dag en avond gesmeed. Voor we het wisten hadden we het over het favoriete tijdverdrijf 's avonds: karaoke. Al gauw was duidelijk dat we dat die avond in Manado gingen doen. Het werd tijdens onze gesprekken wel steeds drukker. Was eerst alleen mijn tante nog aanwezig, al gauw druppelden er verschillende neven met hun kinderen binnen. Een van hen sprak zelfs een beetje Engels en hij vertelde dat hij monteur was. Toen het tijd was voor lunch ging deze monteur met zijn zoon met ons naar een lokaal restaurantje. De anderen gingen niet mee in verband met Rhamadan. Deze neef vertelde dat hij niet aan Rhamadan doet omdat je dan te vroeg op moet staan om te eten. Hij houd van laat opstaan. We hebben heerlijk gegeten en we moesten met onze handen eten. Bestek kregen we gewoon niet. Natuurlijk was dit hardstikke prima en we hadden het al gauw onder de knie. We merkten dat we na het verwesterde eten wat we op Bunaken kregen (aangezien hier alleen maar toeristen komen) blij waren met echt lokaal voedsel waar veel meer smaak aan zat. Het toeristische voedsel is allemaal wat neutraler van smaak. Bij terugkomst liet mijn neef trots zijn werkplaats zien. Hij liet een motorblok zien (compleet verroest met allemaal gaten erin) en vertelde dat hij deze goedkoop kon kopen en hem dan ging opknappen. 'Even een andere dynamo eraan en je hebt een generator.', zei hij alsof het niets was. Toen moesten er verschillende foto's gemaakt worden. Met het gezin, met alleen familie, met de pasgeboren baby van 3 maanden oud, nog maar een keertje met de familie etc. Na deze reportage gingen we richting Manado. Daar woont de familie Van der Kley, de achternaam van mijn oma. We ontmoetten deze mensen op de internationale school van Manado. Hun kinderen zitten daar op school en Oom Ron verkoopt daar hamburgers. Drie jaar geleden zijn ze vanuit de VS teruggekeerd in Manado en de kinderen spreken beter Engels dan Bahasa Indonesia. Tijdens dit bezoek hebben we verteld dat we karaoke gingen zingen en Oom Ron en zijn oudste zoon gingen mee. Karaoke is een heel apart iets kan ik je vertellen. Je huurt een kamer voor 2 uur en in die kamer staat een computer met touchscreen en een grote TV. Daarnaast liggen er twee microfoons. Ik dacht altijd dat karaoke in een kroeg op een podium moest met publiek erbij. Hier doen ze het echter met een klein select gezelschap. Je kunt op een knopje drukken zodat er een ober komt om wat bestellingen op te nemen. Een heel aparte ervaring maar we hadden het niet willen missen. We voelden ons helemaal 'lokaal'. Na de karaoke zijn we nog even naar de McDonalds geweest (waar ze rijst verkopen) en toen gauw naar ons hotel terug alwaar we afscheid namen van iedereen. Volgend jaar kunnen we de internationale school bezoeken als deze nog in bedrijf is (we waren er nu aan het eind van de schooldag) en kunnen we wat lessen bekijken. Daar hebben we erg veel zin in. Al met al weer een indrukwekkende dag met nieuwe familieleden.
Op het moment van schrijven lig ik in een bed op Bali (zo'n 1000 km ten zuiden van Manado. We hebben een goede vlucht gehad en een hele leuke dag vandaag gehad waarbij we bij een lokale familie hebben gegeten. Ook weer fantastisch! Morgen hopen we een scooter te kunnen huren en een Pencak Silat school te bezoeken. De persoon waar we vandaag bij gegeten hebben heeft een nichtje die op de Asia Games kampioen is geworden en we hopen dat die ons wil ontvangen en eventueel wat les wil geven. Bali is geweldig mooi en we hopen jullie nog meer hier over te kunnen vertellen. Maar dat natuurlijk in een volgend blog.
Sampai jumpa!