Finding Nemo
Bunaken village beach resort, de ultieme plek om een soort van verplicht tot rust te komen. Hier moet je wel relaxen, want er is op duiken en snorkelen na niet zoveel te doen. Wel ja een boek lezen (Mama Tandoori en De Garnalenpelster) aan de rand van het zwembad, ook niet echt een straf hoor!
Na een helse rit van ruim 10 uur (die in 8 uur had gekund) zijn we aangekomen in Bunaken. De rit was zo vervelend, niet omdat de wegen slecht waren (die waren van uitzonderlijke kwaliteit en leenden zich uitstekend voor snelheden die niet zouden misstaan op de A2, mits de trajectcontrole niet aanstaat), maar omdat we officieel de aller slechtste chauffeur van heel Indonesië hadden.
De beste man reed een mooie huurauto met ruime stoelen en veel beenruimte. Deze beenruimte werd nog eens extra vergroot omdat meneer graag met zijn neus tegen de voorruit zat. Waarschijnlijk dacht hij dan meer overzicht te hebben over de grote brede, meestal lege, alsfalt wegen. Met het stuur netjes, welliswaar ietswat verkramt, op tien over twee en het hoofd letterlijk ónder het zonneklepje konden we vertrekken. In de vroege morgen (6:00 uur) stapten we in de auto. De rit zou 8 tot 10 uur duren, afhankelijk van de lunchtijd en de hoeveelheid stops die we maakten om foto’s te maken. Want zo vertelde onze gids, de echte vakantiefotografen die om de haverklap een foto willen maken doen er 10 uur over én dan hebben zo ook nog geluncht. Wij besloten al snel dat we geen foto’s zouden maken onderweg, we wilden zo snel mogelijk in Manado zijn omdat we niet precies wisten hoe laat de boot naar Bunaken zou vertrekken.
Al voordat we de stad Gorontalo uitwaren keek de chauffeur nogal verward om zich heen, hij reed de ene na de andere straat in en in de achteruitkijkspiegel zag ik grote vraagtekens in zijn ogen. Na een paar dwaalroutes door de stad besloot hij toch de weg maar eens te vragen. Gelukkig zijn daar de altijd vriendelijke en behulpzame landgenoten die ons de weg wijzen. We zijn na een uur rijden eindelijk de stad uit en komen op verdacht goede wegen terecht. Onze chauffeur ziet dit echter niet en rijd een angstvallige 40 kilometer per uur. Links en rechts worden we door auto’s, vrachtwagens, bussen en scooters ingehaald, maar bij onze chauffeur (nu al onze beste vriend) gaat geen lampje branden dat je hier wellicht iets harder kunt. Als de weg veranderd in een tweebaans weg met nog altijd goed asfalt wordt de eerste record snelheid geboekt, we gaan 50! Na ongeveer twee uur rijden en een aantal keer de vraag ‘Jalan ini di Manado?’ (Is dit de weg naar Manado?) gebeurde wat onvermijdelijk was. Het antwoord was nee. We zaten verkeerd! Onze chauffeur had echt geen idee waar hij ons heen moest brengen... We keerden om, ik nu met lood in mijn schoenen en een humeur waar niemand een plezier mee gedaan wordt. Dan maar proberen te slapen.
Olav en raken best wel in de rats. Hoe laat de boot gaat wisten we dus niet, maar we wisten wel dat deze in de late namiddag en avond niet meer zou gaan. Als we tien uur over de rit zouden doen, moesten we vier uur in de middag halen. Maar met deze snelheden ging dat zeker nooit lukken. Zou de beste man wel weten dat we een boot moesten halen?
Na een aantal lange en langzame kilometers op de goede weg kwam onvermijdelijk de bergkam waar we overheen moesten. Het ging zoals we al voorspeld hadden: Meneer durfde vrachtwagens niet voorbij en bleef daar (met zijn hoofd nog altijd onder de zonneklep en driftig in zijn stuur knijpend) achter hangen / bumperkleven. Ondertussen werden we door auto’s, scooters en zelfs een andere vrachtwagen ingehaald die stuk voor stuk ook de vrachtwagen voor ons inhaalden. Dit goede voorbeeld deed helaas niet volgen. Pas op hele lange, brede en lege stukken durfde hij erlangs.
Ondertussen zagen Olav en ik de tijd voorbij strijken en de afstand tot Manado, zo zagen wij op de borden was nog ver. Met een gemiddelde snelheid van 50 kilometer per uur zouden we pas in de avond aankomen, slecht nieuws dus. We besloten niet te lunchen, maar door te rijden. We dronken zo min mogelijk, want plassen kost tijd.
Op een gegeven moment gaat de telefoon van de chauffeur. Wij luisteren aandachtig mee en proberen wat woorden op te vangen. Olav hoort ‘jam empat’ (vier uur). Wat werd hier mee bedoeld? Zou de rit nog zo lang duren, zou om deze tijd de boot vertrekken? We hadden geen idee. Wel zagen we dat de chauffeur op uitgelezen inhaal momenten met openmond naar rotsen, grasvlakten of uitzichten op de oceaan keek. (Komt hij hier ook voor het eerst en heeft hij ook nog nooit zoveel palmbomen bij elkaar gezien?) Hij had het inzicht van een natte krant en géén talent voor inhalen. Olav en ik waren allbei stellig van mening dat we het stuur beter over hadden kunnen nemen, want dan waren we er al lang geweest!
Terwijl ik even onderuitgezakt lag om een dutje te doen, zag Olav dat meneertje-ik-haal-niet-in een paar sloken uit een klein bruin flesje nam. Wat dit is geweest weten we nog steeds niet, maar na deze slokken drufde hij ineens alles. We hebben 130 gereden (niet op een tweebaans weg, maar in de bergen), hebben vrachtauto’s en bussen ingehaald, er werd zelfs getoeterd! Of we blij waren met deze omslag was moeilijk te beslissen, we zaten in elk geval op een andere manier onrustig in de auto.
De telefoon ging met regelmaat over en in het laatste belletje hooren we ‘belum’ (nog niet) als eerste antwoord van onze chauffer. Er werd dus op ons gewacht en de beller aan de andere kant van de lijn was waarschijnlijk ongeduldig.
Na ruim tien uur, met twee stops om te plassen en te tanken (geen eten, geen benen strekken, géén foto’s) zijn we veilig in Manado aagekomen.
We hebben twee dagen volledige ontspanning achter de rug. Olav heeft voor het eerst in zijn leven gesnorkeld en gedoken en dat op één van de mooiste duikspots ter wereld. Niet slecht voor een eerste keer! Ik voelde me net Ariël. “Al die sardientjes zijn toch je vriendjes? Jippie ja jee!” In totaal hebben we 6 zeeschildpadden gezien, Nemo is gespot in zijn Anemoon en ontelbaar veel vissen in de gekste vormen en kleuren hebben voor onze duikbrillen langs gezwomen. Misschien toch maar een PADI-cursus doen zodat we volgend jaar weer kunnen?
Morgen gaan we eind van de ochten richting Manado waar we twee nachten zullen verblijven. Ons verblijf in Tomohon is geannuleerd. Deze voor omstanders hier gekke keus (want Tomohon is prachtig en in Manado is écht niets te doen) is voor ons heel logisch. Lukmansyah, de nieuw gevonden neef van Olav studeert in Manado en wil ons graag ontmoeten. Deze kans kunnen we, nu we om de hoek zitten, niet aan ons voorbij laten gaan. Gelukkig is onze reisagent zo behulpzaam en flexibel als wat en is alles zonder problemen en met veel begrip omgezet naar Manado. Ik ben benieuwd wat deze ontmoeting met de familie Agaatsz nu weer gaat brengen. Eén ding weet ik wel, het wordt waarschijnlijk weer een dag vol verrassingen en verbazing.
Doel 2 gehaald! (en hoe)
Vandaag kwamen we met de boot aan in Gorontalo. De geboorteplaats van mijn vader. Het was (volgens Hilleke) een nacht waarin de boot flink heen en weer ging maar ja... ik slaap altijd en overal dus ik heb er niets van gemerkt ;-)
De boot van Pagimana naar Gorontalo is een belevenis opzich. We hadden een hut (wij denken die van de kapitein aangezien er twee kapiteinspetten lagen) en dat was als een van de weinigen aan boord. De rest zat in Economy-class (plastic stoeltje) of in Business-class (een iets zachter stoeltje). Voor een overtocht van 10 uur (!) is dat natuurlijk niet echt comfortabel. Dit is ook de reden dat er bij het instappen kinderen met platgemaakte dozen stonden die reizigers kunnen kopen. Deze doos kun je dan als slaapmatje gebruiken. Wij waren zoals jullie begrijpen extra blij met onze hut met AC (hoezo decadent) toen we allemaal dozen met mensen erop aan dek vonden. Om 7 uur 's ochtends kwamen we aan in Gorontalo waar gelukkig een Engelssprekende gids en een chauffeur op ons stonden te wachten. De gids begon allemaal dingen te vertellen over de haven en de rivier. Informatie waar ik niet echt op zat te wachten aangezien ik maar 1 dag had om alles uit te vinden over mijn familie. Toen we om half 8 bij het hotel aankwamen zei ik dan ook dat ik maar 1 doel had die dag: mijn familie geschiedenis. De rest vond ik niet interessant. Hij zei dat hij zich die dag ging laten leiden door mijn wensen. Een prima afspraak wat mij betreft :D
We spraken af dat hij om 9 uur bij het hotel zou zijn. Dan konden wij even douchen na de bootreis en even ontbijten. Na ons ontbijt ben ik op zoek gegaan naar de eigenaar van het hotel. Volgens velen wist hij veel te vertellen over de familie Agaatsz. Door de receptie werd ik naar zijn woonhuis gebracht en nam ik plaats op een bankje. Hij was nog even in de badkamer. Uit de badkamer kwam een wat oudere man die gelijk in het Nederlands zei: Dag, ik ben Alex. Ik zei mijn naam en vertelde wat ik kwam doen. De naam van mijn vader natuurlijk ook niet vergetend. Hij dacht even na en vroeg toen meer informatie. Gelukkig had ik een familiefoto bij mij (lang leve Hilleke die op de boot bedacht dat ik een foto op mijn telefoon moest zetten) en kon ik wat vertellen over mijn vader, mijn broers en zussen en natuurlijk mijn neefje Yanick. Na een geanimeerd gesprek vroeg ik hem of hij aan mijn gids kon vertellen waar ik heen moest. 'Nee joh!' zei hij. 'Ik laat even iemand halen, die weet alles en zal je naar alle plaatsen brengen waar je zijn moet.' Hij stuurde een jonge knul om Oom John te halen. 'Sekarang! (nu)' riep hij nog achter hem aan. Terwijl we aan het wachten waren op de bewuste Oom John vertelden Hilleke en ik wat meer over onszelf. Het werd een gesprek over het leren van een taal, vooral omdat Oom Lex (want zo noemde hij zichzelf gelijk) nog steeds goed Nederlands spreekt. Daarnaast vertelde hij mij veel over mijn opa. Dat hij huizen heeft ontworpen en bij de weg- en waterbouw werkte. 'Een pienter man', zo sprak hij.
Oom John bleek John Caffin te zijn. Een naam die ik al eens eerder had gehoord maar de context was me een beetje ontgaan. Hij sprak minder goed Nederlands dan Oom Lex maar vond het leuk om mij te ontmoeten. Hij vertelde dat hij in 1942 bij mijn Opa Rem(brandt) had mogen schuilen voor de Japanners. Het begon al goed met de verhalen over vroeger. We stapten in de auto die ik toch de hele dag tot mijn beschikking had en de gids (Udin) stapte mee in. Gelukkig sprak Udin Engels. Mijn redding (!) omdat hij kon tolken tussen mij en Oom John als hij of ik er even niet uitkwamen. Als eerste heeft hij mij gebracht naar het huis waar mijn opa geboren is. Na daar een foto te hebben gemaakt wees hij naar het huis er tegenover en zei:'Dat is het geboortehuis van jouw oma! Toen we daar naartoe liepen (hij liep namelijk bij elk huis gewoon het erf op) leek hij op zoek te zijn naar iemand. Uit het huis kwam een vrouw die net haar haren had gewassen. Ik werd geïntroduceerd als de zoon van ‘Boce' (de bijnaam van mijn vader) en er kwam gelijk een blik van herkenning. Er werd verteld dat ik op zoek was naar het geboortehuis van hem en toen zei ze: 'Ik kleed me even om, ik ga wel even mee.' Ietwat verbaasd volgde ik Oom John naar alweer een volgend huis. Ook daar liep hij het erf op en ook hier kwam een vrouw naar buiten. Na dezelfde introductie kwam hier ook een blik van herkenning en kwamen we erachter dat haar moeder een halfzus is van mijn vader (zelfde vader, andere moeder). Mijn eerste nichtje was al gevonden (Etty) en we waren pas een half uur onderweg. Ook zij zei:'Ga even naar de familiegraven. Ik kleed me even om en ik ga wel even mee.' Wij stonden onderhand perplex. Iedereen had tijd, niemand vond het erg dat ik er was en ze gingen allemaal mee.
Na een kort ritje in de auto kwamen we aan bij een sloppenwijk. Huisjes van hout en golfplaten die van ellende aan elkaar hangen. Oom John ging voorop en hij sloeg op een gegeven moment rechtsaf. Daar kwamen we op een begraafplaats. De eerste 2 graven die ik zag daar stond de naam Agaatsz op. Bizar als je bedenkt dat je aan de andere kant van de wereld jouw achternaam op een aantal graven ziet staan. De graven waren overgroeid met bladeren maar deze hebben we bladervrij gemaakt. De graven waren van mijn overgrootoma en -opa en van mijn tante Ida die niet ouder is geworden dan 6. Ondertussen zag ik aan de gids dat hij onder de indruk was van wat hij allemaal te zien en te horen kreeg. Hij is ook geboren in Gorontalo maar van deze familie had hij geen weet gehad. Het was waarschijnlijk voor hem de gekste dag uit zijn gidsloopbaan.
Na de graven bezocht te hebben gingen we terug naar de twee dames die mee wilden naar het geboortehuis van mijn vader, gelegen op ongeveer 23 kilometer buiten de stad Gorontalo. Tijdens de rit er naartoe hadden we gesprekken over de familie Agaatsz en wat zij hadden betekend voor de stad Gorontalo en de provincie en in het speciaal mijn opa Rem. Hij bleek verantwoordelijk te zijn voor het ontwerpen van de Jalan Trans Sulawesi in het gebeid rondom Gorontalo. De belangrijkste weg die door Sulawesi loopt. We maakten opeens een stop bij een huis waar Oom John gelijk weer het erf op liep. Hij was op zoek naar iemand. Ik werd voorgesteld aan een hele oude mevrouw die voor mijn opa had gewerkt. Haar Nederlands was niet goed maar met behulp van Etty en Udin kwam ik een heel eind. De mooiste uitspraak van die dag was absoluut van haar. 'Had even gebeld dat jullie kwamen, dan had ik de kip geslacht!'. Ik beloofde volgend jaar terug te komen zodat ze de kip kon slachten. Toen was het tijd om naar het geboortehuis van mijn vader te gaan. Ik werd vast voorebereid op het feit dat alleen de fundamenten nog zichtbaar waren, overgroeid met planten. Het complete huis was afgebroken. Na een korte rit over niet altijd even goede wegen en een klein zandpad kwamen we aan bij een waterbak. Dit bleek een waterreservoir te zijn dat door mijn opa was aangelegd. Het reservoir was onderaan een heuvel. Bovenop die heuvel had ooit het huis gestaan van waaruit mijn opa over zijn land kon kijken. Het bleek nogal wat land te zijn. Onze gids kon niet veel anders uitbrengen dan: 'Your grandfather was a rich man!'. Ik kon alleen vol ongeloof kijken naar de palmbomen terwijl we de heuvel op liepen en de fundamenten van wat ooit een huis was konden aanschouwen. Ik kon (en misschien kan ik het nog niet) bevatten dat mijn vader hier geboren is en een groot gedeelte van zijn jeugd heeft doorgebracht. Hoe anders dan Nederland en hoe anders was het met hem gelopen had hij de overtocht naar het westen niet gemaakt.
Ondertussen zijn we weer terug bij het huis van de oud werkneemster van mijn opa. We krijgen jonge kokosmelk rechtstreeks uit de kokosnoot te drinken en een lepel om jonge kokos te eten. We voelen ons wel enigzins ongemakkelijk omdat de rest niet eet in verband met de Rhamadan. Ondertussen zijn we die avond bij Etty uitgenodigd om te komen eten. Terwijl ze die uitnodiging doet trekt iemand anders een aantal bomen uit de grond. 'Die heb ik nodig voor vanavond', zegt Etty. De wortels van die bomen lijken op aardappel en die gaat ze gebruiken bij het koken. Wij verbazen ons er weer over hoe vers alles hier is. We besluiten rond 4 uur terug te gaan naar het hotel (7,5 uur na ons gesprek met Oom Lex) om even te slapen en alles te laten bezinken. Om 8 uur zijn we uitgenodigd bij Etty inclusief onze gids. Dat blijft erg handig met vertalen af en toe, haha. Het eten is fantastisch en we ontdekken dat, zoals alle Agaatsz'en, wij erg op elkaar lijken in het maken van grappen. Dat doen we namelijk erg graag en vaak, en dan vaak onder luid gelach. Een grap is snel gemaakt, zelfs als je de taal gebrekkig spreekt. We krijgen wel huiswerk mee voor volgend jaar: Volgend jaar als we terugkomen moeten we de taal beter spreken. We beloven dat plechtig te doen. Daarnaast wordt er nog even een telefoontje gepleegd naar Manado aangezien mijn neef daar woont. We besluiten om ons reisplan iets te wijzigen (dat is toch al gebeurd door een dag minder Gorontalo) en twee nachten in Manado te verblijven en hem te ontmoeten. Wat gaat dat makkelijk en snel!
Voor we weggaan (het is dan 11 uur en we moeten de dag erna om 5 uur 's ochtends weer op) laten we een ansichtkaart achter met voorop een sneeuwlandschap. We hebben altijd iets van Nederland bij ons om te laten zien in het buitenland maar er waren die middag grappen gemaakt over sneeuw dus wij wilden die ansichtkaart graag achterlaten. Op de achterkant had ik in mijn gebrekkig Indonesisch een tekst gepoogd te schrijven waarin ik ze bedankte voor de dag en waarom we een kaart met sneeuw hadden gekozen. Na deze dag wisten wij dat we volgend jaar terug moeten komen. Die avond heb ik nog even met Nederland gebeld om mijn belevenissen te delen met het thuisfront. Ook wilde ik mijn vader overtuigen dat hij volgend jaar met ons mee moet naar Gorontalo om zijn verhaal te doen. Ik ben benieuwd hoe hij de stad en het land als kind heeft beleefd. Ik geloof dat we gaan proberen dit voor volgend jaar te realiseren. Daarom stond er ook als laaste zin op de kaart: Sampai tahun depan (Tot volgend jaar).
Ik schrijf dit nu terwijl ik alweer op Bunaken zit in 'diver's paradise'. Morgen gaan we dus lekker snorkelen en duiken. Even bijkomen van alle indrukken die we gister hebben opgedaan. Het was een vermoeiende dag maar 3 augustus 2012 zal voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. De beide doelen zijn gehaald, nu is het relaxen op Bunaken, nog wat family business in Manado en nog even relaxen op Bali. Natuurlijk zullen we blijven bloggen, want ook als je ‘niets' doet, beleef je hier van alles. Tot gauw!
Overpeinzingen...
Dit blog schrijf ik vanuit Pagimana, een klein kustplaatsje van waaruit de boot naar Gorontalo vertrekt. Het komt nu steeds dichterbij en dat is best wel spannend. Gaat het lukken, wat gaat er lukken en heb ik er verstandig aan gedaan zonder ook maar enige vorm van informatie (behalve wat informatie in m'n hoofd) naar Gorontalo af te reizen. Eergister kregen we een kleine tegenslag, de boot naar Gorontalo zou een dag later vertrekken. Dit omdat ze voor de
Rhamadan de vertrektijden hadden veranderd. Helaas voor ons betekend dat in plaats van 2 dagen in Gorontalo maar 1 dag. Dat is niet veel maar we hebben een lokale gids en een chauffeur welke ons hopelijk naar alle belangrijke plekken kunnen loodsen deze dag. Morgenochtend komt de boot om 6 uur aan, dan even inchecken in het hotel en dan gelijk maar aan deze belangrijke dag van de reis beginnen. Ik hoop dat ik vind waar ik voor kom...
We hebben vandaag wel van de nood een deugd gemaakt. Omdat we een dag 'over' hadden hebben we deze doorgebracht in Ampana in een beach cottage aan het strand. Gister al zagen we een fantastische zonsondergang en vanochtend hebben we tijdens een vroege bootocht dolfijnen gespot op ongeveer 20 meter van ons bootje. Erg tof om te zien! We waren op weg naar een strand waar gas uit de bodem komt. Onze bootsman had een aansteker bij zich en stak het gas op verschillende plekken aan. Op een gegeven moment kreeg hij het vuur niet meer uit (zelfs na herhaaldelijk zand erop gooien kwamen de vlammen er doorheen) en hij raakte een beetje in paniek. Je zag hem over zee uitkijken met een blik van: 'Zoveel water tot m'n beschikking maar helaas...dat vuurtje krijg ik niet uit.'. Het was heel apart om te zien dat er daar waarschijnlijk een aardgasbel onder de grond zit welke ze niet gebruiken om (zoals wij) auto's op te laten rijden maar gewoon aan toeristen laten zien en dan een vlammetje erbij houden. Het aantal toeristen wat we hier tegenkomen in Centraal-Sulawesi is trouwens te verwaarlozen. Als we door een stadje lopen roept iedereen: 'Hello Mister!' en staren ons (vooral Hilleke) aan. Dit geldt niet alleen voor kinderen maar eigenlijk iedereen, jong of oud, stop even om te kijken. Zelfs een politieauto gaat langzamer rijden, toetert en checkt ons van top tot teen (weer vooral Hillek). Na een tijdje begint het wel irritant te worden vooral ook omdat we het idee hebben dat wij echt niet de allereerste toeristen zijn die ze ooit zien. Toch voelen we ons een ware attractie. We dachten dat we in China een attractie waren maar niets is minder waar, hier is het vele malen erger. Wat we ons wel afvragen is of dit ook gebeurt als ik alleen over straat loop zonder Hilleke erbij. Misschien moeten we dat eens testen...
In dit ietwat korte blog staan wat overpeinzingen die ik misschien niet eens online zou moeten zetten. Toch maar doen aangezien het nou eenmaal bij onze reis hoort. Ik hoop jullie gauw meer te kunnen vertellen over onze belevenissen in Gorontalo, de schoonheid van Sulawesi en de zoektocht naar m'n roots. Spannend!!!!!!
Paaseiland in de jungle (een beetje dan...)
Vandaag zijn we teruggekomen vanuit Bomba, een klein plaatsje in de Bada vallei. Hieronder ons relaas van deze tweedaagse tocht.
Na een helse rit (je moet met 4 wheeldrive anders kom je er niet) van 4,5 uur kwamen we nogal misselijk en doorweekt uit onze Jeep die alleen een tentdoek als dak en een in tweeën geknipte rijstzak als zijkanten had. Tijdens deze rit hebben we ons verbaast over de hoeveelheid scooters en brommers (zoals eerder al genoemd het favoriete vervoermiddel van de gemiddelde Indonesiër) die dezelfde weg als onze 4x4 trachten te nemen. Het verbaasde ons dan ook niets dat op twee derde van de rit er een ouder echtpaar langs de weg stond dat uitgegleden was met hun brommertje en nu in de stromende regen hun wonden stond te likken. Natuurlijk maakten wij plaats voor dit doorweekte paar dat met ons meeliftte naar de eerstvolgende stopplek waar ze rustig naar hun verwondingen konden kijken. De brommer was door iemand anders al meegenomen. De vrouw had een verwonding aan de rechterkans van haar hoofd, de man had enkel last van zijn rechterarm en hand. Wij stopten ook bij deze plek om te lunchen maar tijdens de lunch werd ons al gevraagd of we het echtpaar mee wilden nemen naar Bomba, hun woonplaats. Omdat wij daar toch naartoe gingen hebben wij dit natuurlijk goed gevonden. Toen we na de lunch het echtpaar mee wilden nemen, stond alleen de man er nog maar. De vrouw was met spoed (hoewel, echt ontzettend snel gaat het niet op die weg) naar een ziekenhuis gegaan want ze voelde zich onwel worden. De man wilde echter nog wel graag met ons mee naar Bomba en wij hebben hem dus in onze auto plaats laten nemen. Wij hadden echter zelf ook graag een ziekenauto laten komen aangezien de weg in combinatie met de lunch onze magen niet echt goed deed. Bedenk daarbij dat elke 5 seconden er een dieseldamp je reukorgaan binnendringt en je begrijpt dat het bewonderenswaardig was dat we zonder onze lunch voor de tweede keer te mogen aanschouwen in het hotel (homestay) aankwamen. Deze homestay was een heel aparte. Vooral het bed zonder dekens was een must see. Noodgedwongen hebben we dus onze nacht in gewone kleding en onder onze jas moeten doorbrengen. De nacht was daarnaast ook niet zo succesvol aangezien om 2:17u de haan dacht dat de zon opkwam en dus luidkeels (zeker een half uur) de boel bij elkaar begon te kukelekuën -is dat een woord(?)-. Toen de haan klaar was vond de kat het een goed idee om een muis te vangen en dit luidkeels te vieren met een serenade van ook ongeveer een half uur. Toen dit klaar was stond de familie op aangezien de Rhamadan maaltijd ook genuttigd moet worden. Om 6 uur ging de wekker maar die was eigenlijk niet nodig... Om 7 uur stond onze gids klaar om samen met ons het park in te gaan.
Vandaag hebben we dan ook samen met een soort van Ranger (hij had in ieder geval een heel belangrijke hoed op) een wandeling van 4 uur gemaakt door het park om de zogenaamde Megalieten te bekijken. Dit zijn beelden (de grooste steekt 4 meter boven de grond uit) waarvan ze niet weten hoe oud ze zijn, wie ze heeft gemaakt, of waar ze voor dienden. Ook weten ze niet exact waar de stenen vandaan komen, maar ze komen in ieder geval niet uit de vallei of uit de omliggende bergketens. Dit raadsel doet ons natuurlijk een beetje aan Paaseiland denken.
De beelden hebben een Polynesisch uiterlijk en zijn over het algemeen fallus-symbolen. Generaties lang worden er al oogstfeesten etc. bij gevierd. Ook heeft elk beeld (er zijn er 14 in totaal) zijn eigen naam. Deze naam is ook overgegeven van generatie op generatie. Je zou denken dat de overlevering ook erbij verteld wie de beelden gemaakt heeft. Helaas is het enige wat je hoort: 'Toen mijn opa jong was stonden ze er al, en toen zijn opa jong was ook al.' . Het is dus een interessante kwestie, helaas wordt het lokale archeologen bemoeilijkt om hier opgravingen of ander onderzoek te doen omdat de bevolking nog wel degelijk gelooft in de invloed van de goden. Als de beelden eventueel gestoord zouden worden zou dit de oogst in gevaar kunnen brengen. Het blijft dus vooralsnog een mysterie. De moeilijke tocht naar de beelden (4,5 uur over een bijna onbegaanbare weg met de auto en 4 uur lopen) maakt dit voor ons tot een heel speciale ontmoeting.
Om 11 uur zat onze wandeling erop en zijn we in de Jeep naar onze Homestay gereden waar we lekker geluncht hebben (wie raadt wat? :P). Daarna begon de helse tocht naar Tentena waar we op dit moment verblijven. Gelukkig was de terugtocht een stukje droger en dat bevorderd de conditie van de weg. Nogmaals, foto's volgen nog omdat we op dit moment in een aftands internet café zitten.
Greetz!
Een wandelingetje...
Allereerst willen we iedereen bedanken die ons blog leest en erop reageert. Heel fijn dat we 'gelezen' worden en dat de foto's bekeken worden. We hopen dat de laatste fotoreportage niet te schokkend was, we zullen de komende tijd proberen om de kijkwijzer in de gaten te houden ;-)
De afgelopen twee dagen hebben we door het gebied van de Toraja getrokken. Niet per auto, niet per brommer (wat hier heel gebruikelijk is) maar te voet. Ook lopend legt de lokale bevolking vele kilometers af al is het alleen al om op school te geraken. 's Ochtends lopen hordes kinderen langs de kant van de weg omdat de school tussen 7 en half 8 begint. Groot voordeel is wel dat de school tussen 11 en 2 uit is (dat ligt eraan of de docent er zin in heeft of niet) zodat er 's middags genoeg tijd is om op het land te werken. Op deze manier hebben wij ons de afgelopen dagen dus ook verplaatst. Het terrein is nogal golvend dus er moest af en te flink geklommen of gedaald worden. Niet het favoriete tijdverdrijf van Hilleke, het is dus maar goed dat de lokale bevolking geen Nederlandse scheldwoorden kent. De eerste dag hebben we van 10 tot 4 gelopen met een pauze van een klein uurtje waarin de gids nasi goreng met gebakken kip aan ons voorschotelde. Dit had hij dus al de hele tijd in zijn tas! We hadden ons natuurlijk zo licht mogelijk beladen voor deze tocht met alleen de hoogstnodige spullen. Onze paklijst zag er als volgt uit:
- Jas voor als het mocht gaat regenen
- Een shirt met lange mouwen om in te slapen (een klamboe kennen ze niet op Sulawesi)
- Hoofdlampje (je moet 's nachts het toilet kunnen vinden)
- Camera om het allemaal vast te leggen
- Schoon goed voor de dag erna
- Camelbak met 3 liter water (voor elk 1)
De toch was werkelijk prachtig! Na eerst een tijdje over een redelijk verharde weg gelopen te hebben staken we een paadje in dat ons meer de jungle in leidde. Dit paadje leidde ons naar sawa's (rijstvelden) die niet meer met de auto te bereiken waren. De boeren die hierop aan het werk zijn komen altijd te voet (blootsvoets of met slippers aan) hier naar toe. Wij met onze 'Beversport schoenen en Camelbak' voelen ons wel enigzins overdressed maar goed... Toerist op je voorhoofd tatoëren gaat er minder makkelijk af na 5 weken vakantie dus op deze manier konden we ons prima onderscheiden van de lokalen. Tijdens de wandeling werd ons van alles verteld door onze gids die alles 'prachtig machtig' vond. Hij had deze woorden waarschijnlijk opgepikt en onthouden. We hebben geleerd hoe je rijst met verbouwen en hoe de lokale bevolking deze alleen voor eigen gebruik teelt. Inkomsten halen ze eerder uit de verkoop van koffie en cacao. Bizar dat je zoveel sawa's hebt die je alleen maar voor jezelf gebruikt. Maar ja... ze eten hier dan ook niets anders! Om 4 uur kwamen we aan in een klein dorpjhe boven op een heuvel in een vallei. Hier zouden we overnachten bij een familie. Onze gids zou in het huis wel even voor ons koken. Hier bleek dus dat hij ook de spullen voor het avondeten allemaal in zijn rugzak had (!). En wat een avondmaal. Het hoogtepunt van de maaltijd waren aardappelen met gebakken kip in een badje van kokosmelk. Dit had een uurte staan pruttelen (samen met wat sereh - citroengras - die hij tijdens de wandeling bij een lokaal boertje had gekocht) boven een houtvuurtje. Heerlijk! Tijdens de maaltijd vertelde hij ons dat de kip die ochtend geslacht was door zijn vrouw. Hoe vers wil je het hebben, zullen we maar zeggen. Daarnaast had hij een sajur gemaakt van een aantal groenten. Het was een feestje (en jullie kennen ons... wij houden van lekker eten).
De volgende ochtend vertrokken we om 9 uur en we zouden lopen tot een uur of 3. Ook deze wandeling was prima te doen met als laatst een vrij lange afdaling (van een uur) over gladde rotsen en modderige paadjes. Ook deze afdaling bracht ons langs geweldige sawa's en vergezichten. Na deze tocht waren we toch wel blij om rond 4 uur weer in het hotel te zijn. Lekker douchen!
Op het moment van schrijven van dit blog zijn we alweer 300 kilometer naar het noorden opgeschoven naar Centraal-Sulawesi. We zitten op dit moment in Tentena aan Lake Poso in een internetcafé dat meer wegheeft van een stel peeskamertjes (foto's volgen nog). Om in Centraal-Sulawesi internet te vinden is nog geen gemakkelijke opgave. We hebben daarom nog een blog in de planning omdat we alweer een mooie tocht hebben gemaakt. Daarover meer in ons volgende blog. Foto's houden jullie nog even tegoed. Dit komt als we op WiFi zitten in plaats van een aftandse computer in een internetcafé.
Selamat sore! (het is hier nu half 6)
Een slachtpartijtje
Een slachtpartijtje, dat is hoe de Toraja in centraal Sulawesi hun overlijden ‘vieren'.
Na een redelijk lange tocht vanuit Bira via Sengkang, waar we overnacht hebben, zijn we na circa 10 uur rijden aangekomen in Tanah Toraja, oftewel Toraja Land. Een provincie op Sulawesi waar de bevolking overwegend Christelijk is (weer eens wat anders), er wordt dus overdag gegeten op straat en waar je kunt ‘gewoon' een biertje kopen in elke willekeurig winkel. De Toraja is een van oudsher zeer gelovig volk dat de zielen van hun voorouders graag in ere wil houden. Men zegt dat de huizen waar ze in wonen geïnspireerd zijn op de boten waarmee het volk in de geschiedenis het land ontdekte en toen hun boten stuk gingen ze gedwongen werden op land te wonen. Een ander verhaal zegt dat het zetels moeten voorstellen waar de voorouders op kunnen zitten, of dat het simpelweg de buffelhorens zijn waar de Toraja zo dol op zijn.
Wanneer een inwoner van Toraja overlijdt wordt het lichaam (afhankelijk van de sociala status) binnen één week tot 5 à 10 jaar begraven. De reden dat het zo lang kan duren voor een lichaam wordt begraven komt omdat de familieleden, vrienden, kennissen en vage bekenden vaak van heinde en ver moeten komen. Dit kost natuurlijk heel veel geld. Daarnaast moeten de mensen offers kopen (varkens of buffels) en dat kost ook een lieve duit. Het lichaam wordt gedurende deze periode gebalsemd en met zorg bewaard in één van de kamers van het huis. Een begrafenis van een persoon uit de hoogste klasse duurt tot wel één week. Afhankelijk van jouw eigen afkomst (én het cadeau dat de familie bij een ceremonie van jouw familie gaf) neem je cigaretten of suiker mee. Hoe rijker je bent en vooral hoe meer aanzien je geniet hoe groter het cadeau of offer is. Elk cadeau wordt keurig geregistreerd, zodat je bij de volgende ceremonie precies weet welke offers de betreffende familie weer aan jou geeft. Als je er over nadenkt, is het een redelijk zinloos ruilspelletje.
De familie die de ceremonie houdt, heeft om hun eigen huizen heen een waar uitvaartsdorp gebouwd. Allemaal tijdelijke huisjes waar elke familie in kan plaatsnemen. Een belangrijk en wijs man uit de gemeenschap roept om beurten een familie op om naar de receptieruimte te gaan. In een langzame stoet lopen ze naar de familie toe om hun eer te betuingen, daarbij komt een hoop thee en koffie kijken. Elke familie krijgt zo hun 15 minutes of fame, want terwijl zij plaatsnemen roept de wijze meneer om welke offers zij mee hebben gebracht.
Elke dag van de ceremonie worden er dieren geslacht. De buffels zijn hierbij het belangrijkst, wanneer men weet dat er een begrafenis gaat komen kun je op de markt van Rentepao voor flink wat rupiahs een buffel kopen. Een gewone grote buffel met grote horens, een lange staart, maar vooral flink veel vlees kost zo'n 50 miljoen rupiah (5000 euro). Een gemiddeld varken kost op de markt ongeveer 700 euro. Deze worden met de boten bij elkaar op een plaatje van bamboe gelegd en daar vervolgens op vastgebonden. Als de koop gesloten is, wordt het dier achterop de brommer gelegd en naar zijn nieuwe stal gereden. De baby-pigs worden overigens in grote dichtgeknoopte zakken gestopt en vervolgens zo vervoerd. Als je echt uit wil pakken koop je een zogenaamde 'Albino buffalo'. Een albino kost al gauw 350 miljoen Indonesische rupia (een kleine 35 duizend euro).
Onze gids biedt ons nog een volgens hem lucratieve deal aan. Als wij nou een baby buffel kopen (9 miljoen = 900 euro), zal hij er goed voor zorgen. Als we dan over vijf jaar terugkomen, mogen we het verkopen en strijken we de winst samen op. Even denken.... Toch maar niet... ?
De dag dat we in Rentepao aankwamen, hoorden we van onze gids dat er een zeer grote cermonie gaande was, deze zou wel 1 week duren. Er waren nu al 40 tot 50 varkens in het dorp die allemaal geslacht zouden gaan worden. Ook waren er veel buffels te zien, die allemaal gepoetst en geborsteld worden. Want als je je dierbare beest slacht, dan moet dat natuurlijk wel in stijl...
Met grote ogen lopen we door het dorp, het ziet er zo ontzettend mooi uit. We kunnen bijna niet geloven dat het allemaal gesloopt gaat worden nadat de begrafenis is afgelopen. Even twijfelen we of het niet één grote toeristische attractie is, maar al gauw merken we dat het niet zo is. Terwijl wij onze ogen uitkijken wordt voor onze neus met één enkele messteek een groot varken achter het schouderblad (net niet) in het hart gestoken. Onze magen draaien zich even om, maar we vermannen ons; het is cultuur, zo gaat dat hier nou eenmaal. Toch wel nieuwsgierig blijven we kijken hoe het arme beest van zijn bamboe stellage wordt bevrijd (wegrennen kan het inmiddels niet meer...) Bij elke poot die losgemaakt wordt slaakt het beest een harde varkens gil. Het gaat ons door merg en been, maar blijven toch kijken. Als er op een gegeven moment bloed uit het dier spuit en gutst, wenden we ons even de blik af. Olav geeft de camera aan mij, ik ben toch te nieuwsgierig en wil hier foto's van maken. Als het dier na een flink aantal stuiptrekkingen het leven laat, komt de volgende klus. De huid moet geschroeid worden, zodat ze het vlees eraf kunnen snijden en de buit kunnen verdelen. Het gaat hier tenslotten om de lunch.
Na dit zeer smakelijke tafereel worden we uitgenodigd om bij een vriend van onze gids in zijn box te komen zitten om te kijken. We voelen ons zeer vereerd als we horen dat deze man familie is van de ‘dead body'. We drinken zoete thee en eten braaf onze bananen koekjes (met in ons achterhoofd het gillende varken).
Even verderop, vlak bij de grote indrukwekkende woningen van de familie, wordt in de schaduw van een grote boom op een aantal bamboebladeren (wel zo schoon) een tweetal varkens vakkundig opengereten. Nadat de huiden met een vlammenwerper helemaal dicht geschoeid zijn, word van voor- tot achterpoot een diepe snee gemaakt. Als de buikwand open is en netjes naast het varken op de bamboebladeren gelegd wordt begint het ‘leukste' klusje. Zonder twijfel grijpt de slager in de buik van het varken grijpt het hart en de lever eruit (ook dit wordt op een hoopje naast het varken gegooid). Hierna is de maag met de darmen aan de beurt. Deze worden redelijk voorzichtig naar boven gehaald, want hier moet nog worst van worden gemaakt (vraag rustig om het filmpje als we weer terug zijn, haha).
Eet smakelijk trouwens. ;-)
Na de ceremonie hebben we een wandeling van anderhalfuur gemaakt langs een aantal traditionele graven gemaakt. Van grote moderne zeer kitsche familiegraven, tot graven in een boom (waar vroeger de gestorven babies begraven werden) en graven in de rotsen waar vroeger en nu nog steeds vooraanstaande families worden begraven.
Via een smal pad gingen we in een natuurlijke grot in, compleet in het donker klauterden we een trappetje op om vervolgens in een kleine natuurlijk verlichte ruimte binnen te komen. Hier lagen allerlei grafkisten in de vorm van boten. In de rotswanden zagen we grote poppen die op ons neerkijken. Terwijl ik druk bezig was om de camer zo in te stellen dat ik in deze donkere ruimte goede foto's kon maken viel mijn oog op een menselijke schedel. Toen ik opstond en beter om me heen keek, zag ik veel meer schedels vanuit de schaduw naar ons koekeloeren. Compleet stil van de indrukken kijken we enigzins beduusd om ons heen, het is toch best gek; allemaal doodshoofden boven je hoofd.
Nu we weer terug zijn in het hotel, bereiden we ons voor op de twee daagse wandeling die we morgen gaan doen. We vertrekken morgenochtend om half 9 met onze gids naar een dorpje om daar bij een familie thuis te gaan overnachten. We zijn zeer benieuwd!
Tussen de foto's kun je ook plaatjes terugvinden van ons verblijf in Sengkang. Hier woont de bevolking in huizen op palen en leeft bijna helemaal van wat de rivier en de meren hen biedt. Hier hebben we een tocht gemaakt op het Tempemeer. De vissers hebben op dit meer huisjes gebouwd op bamboe vlotten. Tijdens het droge seizoen, als het meer vol vis zit en er dus veel werk is, leven de vissers met hun familie op het water. Als het water erg laag komt te staan drijven deze huizen allemaal naar elkaar toe en vormen zo een heuze ‘kampung' (wijk). Na ons verhaal over de ceremonie lijkt een uitgebreid verhaal hierover niet zo indrukwekkend, terwijl de kiekjes er toch niet om liegen.
Tot over een paar dagen maar weer!
Geinige weetjes vanuit Bira ;-)
Op dit moment zitten we vlak bij Bira in een bungalow aan het strand. Het is hier zó ontzettend mooi, het was de reis met de auto van 6(!) uur meer dan waard. De komende dagen zorgen we dat we lekker uitgerust zijn want over twee dagen gaan we naar Toraja land. Hier zullen een paar flinke hikes op het programma staan dus het contrast met waar we nu zitten zal erg groot zijn.
Na vandaag al lekker op een bedje aan het strand te hebben gelegen bedacht ik me dat het goed was om eens in te gaan op de dingen die ons opvallen aan Indonesië en zijn bevolking. Als je ons een beetje kent houden wij erg van mensen kijken (dit kun je ook zien aan ons blog uit Moskou van twee jaar geleden) en onze bevindingen vind je dan ook hieronder.
Laat ik beginnen met het verkeer. Het verkeer hier is zoals we gewend zijn van Azië. Een gekkenhuis.
Het halen van een rijbewijs gaat hier als volgt:
1. koop een gemotoriseerd voertuig (auto, brommer, motor).
2. Ga oefenen.
3. Als je denkt dat je het kunt ga je het laten zien. Lukt het? Tadaa, ziedaar je rijbewijs.
Ondanks dit systeem gebeuren er weinig ongelukken. Wel is het zo dat niemand zich aan de verkeersregels houdt. Dit komt vooral omdat agenten de manier van rijden niet bestraffen (een chauffeur van ons wilde een agent inhalen via de vluchtstrook en de agent ging een beetje opzij om hem extra ruimte te geven) en als ze toch een boete uit willen delen kun je agenten door middel van een financiele stimulans overhalen om je door te laten rijden.
Daarnaast wordt de claxon overmatig gebruikt. Na uren in de auto te hebben gezeten ben ik erachter dat toeteren vele dingen kan betekenen in Indonesië. Hieronder de verschillende mogelijkheden.
- Kun je niet uitkijken?
- Let op! Ik rij naast je dus niet van baan verwisselen.
- Let op! Ik ga je nu inhalen, dus niet van baan verwisselen.
- Je kunt inhalen, en dat is mooi want dan kan ik er ook langs.
- Ga eens aan de kant!
- Rij eens door joh!
- Ga je gang, ik geef je voorrang.
- Let op! Ik kom de bocht om. Je ziet me nog niet maar je kunt me nu wel horen.
- Bedankt dat je me er langs liet!
Sommige van bovenstaande dingen kunnen ook aangegeven worden door een aantal keer met je grootlicht te knipperen. Het is maar wat je verkiest ;-)
Ook komen reistijden en afstanden niet helemaal overeen met onze Europese maatstaven. Dit komt vooral door de erbarmelijke staat van het wegdek. Op sommige stukken weg kun je niet harder dan 30 km/h omdat anders de complete auto uit elkaar trilt. De afkorting van LADA (Laat Alle Delen Achter) moet je ook weer niet TE letterlijk nemen zullen we maar zeggen.
Daarnaast hebben we gehoord dat een blanke huid als zeer welvarend wordt gezien. Een gebruinde huid duidt er namelijk op dat je op het land werkt en dus arm bent. Daarom is het zo dat vele Indonesische mensen met lange mouwen rondlopen op de meest warme dagen om maar niet bruin te worden. Verder zijn er in winkels allemaal hele goede zonnebrandcrémes te koop en kuurtjes om witter te worden (smeer dit nu op je huid, na twee weken zichtbaar wittere kleur - dit is geen grapje). Een meisje kan nog zo lelijk zijn, als ze blank is zal ze door iedereen als mooi gezien worden.
Als laatste wat korte dingen die opvallen.
- Alle kinderen spreken toeristen aan met 'Mister'. Dit omdat ze de term 'Miss' niet kennen. Dit komt vooral door het kijken naar Mister Bean.
- Alle vrouwen zwemmen hier in ieder geval in badpak. Bikini's zijn hier onder de lokalen nog niet gespot. Als een vrouw een t-shirt aan kan om te zwemmen en een broek zal ze dit nog eerder aan doen dan een badpak (je moet wel wit blijven natuurlijk)
- Overal is eten te koop. Waar je ook kijkt, er staat ergens wel een 'kaki-lima' of een 'warung makan' waar je eten kunt kopen. Nu weet ik waar ik het vandaan heb ;-)
- Het is heel normaal dat je in een restaurant of eettentje eerst gewoon lekker gaat eten en bij het afrekenen zelf vertelt wat je hebt gegeten. De eigenaar gelooft je(!) en zegt wat je moet betalen.
- Hoewel Indonesië een moslim-natie is merk je daar (behalve het gejengel 5x per dag - zie vorige blog) weinig van. Ze gaan met hun religie een beetje om zoals wij met het Christendom heb ik het gevoel. Sommige mensen zijn gedoopt, maar gaan nooit naar de kerk, maar geloven wel in 'iets'. Kerstmis is bij ons wel prettig want dan kun je gezellig samenzijn met de familie en het zijn twee vrije dagen. Zo ook hier met Rhamadan vermoed ik.
- Indonesiërs onderhouden vrij weinig. Veel wat ooit heel mooi was heeft nu een vervallen uitstraling. Vergane glorie omschrijft het 't beste denk ik.
- Indonesiërs zijn hele vriendelijke en behulpzame mensen. Er wordt veel gegroet op straat en ze houden van gezelligheid. Die gezelligheid vind je terug in lokale eetgelegenheden welke altijd een terras hebben of alleen een afdak zonder muren. We hebben sinds we hier zijn nog nooit binnen gegeten maar altijd in de buitenlucht. Wat vervelend ;-)
Rest mij om te zeggen dat we het hier fantastisch vinden en dat we het helemaal geen straf vinden om hier nog 3,5 week te vertoeven. Ieder land heeft zijn eigenaardigheden maar daar is hier prima overheen te komen als je de temperatuur en landschappen in acht neemt! Ons volgende blog zal jullie waarschijnlijk meenemen naar Tanah Toraja waar we jullie laten kennismaken met de binnenlanden van Sulawesi. Sampai nanti!
P.S Marco:http://www.bnr.nl/topic/ekupdate/446253-1206/fluitend-rijk-worden
Gemekker en Makan enak!
Even ter introductie: Indonesië is de grootste moslimnatie ter wereld, ca 85% van de bevolking is islamitisch. Nu beschouw ik Olav en mij als open-minded en tolerante mensen, ookal zijn we zelf niet religieus. Hier aan de andere kant van de wereld komen we er achter dat we eigenlijk helemaal niets gewend zijn.
Na een ruime week zijn ons ‘bepaalde dingen' toch wel opgevallen. Indonesië lijkt op het oog een Boedistisch land, in de hotels zien we vooral op de kamers veel Buddahs en dergelijke, ook aan de kant van de weg zien we, vooral rondom Yogyakarta, veel winkeltjes en werkplaatsen waar de Buddahbeelden ons om de oren vliegen (volgens Olav gemaakt om vervolgens door Xenos verkocht te worden). Van dit vermeende Boedisme zien, of eigenlijk hóren we nauwelijks iets terug...
Na de zeer leuke en avontuurlijke reis door de jungle op Kalimantan waren we nogal blij met de luxe kamer (soort minihuisje/bungalow) van het hotel bij de Borobudur. Na een onwaarschijnlijk slechte nacht was het vooruitzicht om in dat grote bed te springen hemels. Na het avondeten, geserveerd door de Vlaamssprekende gastheer (die trouwens auditie heeft gedaan voor het nieuwe seizoen The voice of Holland) en het uploaden van wat foto's, spring ik als eerste lekker vroeg mijn bedje in. Al gauw blijkt dat ik mijn oordoppen nodig heb. Ons hotel ligt midden in de rijstvelden aan een zandweg, welke een vaak gekozen pad van de vele brommers blijkt te zijn. Een half uur later wens ik dat deze brommers het enige - dan niet meer zo storende - geluid maakten. In de verte klinkt een steeds harder aanzwellend tromgeroffel met daarbij luid zingende (eerder jengelende) mannen en vrouwen. In eerste instantie denk ik dat het een moskee is die de inwoners van het dorp oproept om te komen bidden, maar als het lawaai (muziek is het echt niet...) na een kwartier niet stopt bedenk ik me dat het geen moskee kan zijn. Oordoppen in, verstand op nul, lekker liggen en ontspannen. Dan komt de slaap vanzelf, toch? Gelukkig lijkt na een half uur de rust teruggekeerd, maar niets is minder waar. Na een korte pauze (ik dommel eindelijk in) zwelt het tromgeroffel weer aan en daarna, hoe kan het ook anders, komt het kattengejank ook weer terug. De volgende sessie van een halfuur is begonnen. Tijdens deze sessie hoor ik Olav ons huisje binnenkomen. Hij is, net als ik, volledig in de ban van de trommels. Wat zou het zijn, waarom doen ze dit, en vooral waarom zo laat op de avond? Olav, met zijn muziekale oor, heeft al snel de conclusie getrokken dat dit ‘echt héél slecht is' en schiet in een niet te stoppen lachbui. Voor wie Olav al eens zo'n bui heeft zien hebben snapt: slapen zat er voor mij voorlopig niet in. Net als Olav zich naast mij heeft genesteld stopt de muziek opnieuw. Weer hoop ik dat het feest nu eindelijk afgelopen is, maar niets is minder waar. Na een korte pauze komen de trommels opnieuw. Ik kan wel janken, IK WIL SLAPEN! Olav niet, die schiet wederom in een lachbui, waar ik vervolgens toch ook wel weer om moet lachen. Olav kan dus voorlopig, tenminste dat zegt hij (ik weet wel beter) niet slapen. Ik maan hem om alsjeblieft rustig te zijn, anders kom ik helemaal uit mijn indommelstaat én dat wil ik echt niet. Het lukt en nog geen twee minuten later hoor ik een rustig geronk (met hier en daar een tevreden slaapgeluidje) naast me, Olav slaapt. Ik niet, nee ik mag in mijn eentje genieten van dit oorverdovend slechte concert ter ere van weet ik veel wie. Boos werd ik ervan. Voor mijn gevoel net na middernacht stopt de muziek en val ik eindelijk in slaap.
Deze gekke nacht was allemaal niet zo erg geweest, als we niet om vier uur 's ochtends op moesten staan omdat we ‘de sunrise Borobudur fietstocht' op het programma hadden staan. Half vijf zouden we vertrekken. De wekkers waren gezet en met een krappe vier uur slaap moest die tocht geheid een succes worden! ;-) Al voor de wekker ging werden we wakker van wederom gejengel en nasaal kattengejank. De moskee, dit keer wisten we het zeker, riep met een nogal enhousiaste Imaam voor de microfoon, zijn inwoners op om naar de moskee te komen.
Olav en ik dus vol ‘enhousiasme' ons bed uit (vloekend en tierend schieten we in onze kleren). Als we buiten komen zien we onze gids nergens. We lopen een beetje verdwaald over het terrein van het hotel en besluiten om op het bankje voor ons huisje te gaan zitten. We willen net een tijd afspreken tot hoe laat we wachten als de gids er net aan komt lopen. We gaan op pad. Olav gewapend met een zaklamp om de weg te belichten (hij mag voorop). Na twintig minuten fietsen parkeren we de fietsen onderaan een heuvel en lopen/klimmen er vervolgens nog eens twintig de berg op. Bovenaan bereiken we een uizichtpunt vanaf waar we de zon achter de Merpati vulkaan op zien komen. De vallei met uitzicht op de tempel word langzaam verlicht en veranderd het donkere landschap ik een misterieus tafereel. Met een hele toffe omweg fietsen we lang een pottenbakker (we bakken we zelf niets van) en een tofu-fabriekje terug naar het hotel.
Bij terugkomst in het hotel zegt Olav me dat hij me nog nooit zóóó moe heeft zien (ik voel me dan ook slechter dan na een week brugklaskamp). We ontbijten en pakken onze tas in. Tijdens het ontbijt weet de eigenaar ons te vertellen dat gisteravond het wisselen van de gewassen werd gevierd, er kan vanaf nu geoogst worden. Omdat we over 10 minuten pas worden opgehaald besluiten we héél eventjes te gaan liggen, een klein dutje kan geen kwaad. Als een blok vallen we inslaap. Om half elf schrikt Olav wakker en loopt snel naar buiten om te vragen of de chauffeur er al is. Ja, hij is er. Al anderhalf uur zit de arme man op ons te wachten. Niemand die even bij ons heeft aangeklopt, iedereen heeft ons laten slapen. We voelen ons enorm schuldig en besluiten de man wat extra fooi te geven.
In Yogyakarta aangekomen ontdekken we dat we in een zeer luxe hotel slapen de komende twee nachten. De foto's hebben we dan ook meteen of facebook gezet, want we hebben hier WiFi. Bij het inchecken krijg ik twee gele doosjes mee. De man aan de balie zegt me: 'For the night, to sleep'. Er zitten oordopjes in, heel verrassend... Compleet gesloopt, besluiten de we stadswandeling van vanmiddag niet door te laten gaan en in plaats daarvan de middag ‘vrij te nemen' en lekker te ontspannen en bij te slapen. Om vier uur in de middag stapt de volgende Imaam acher de microfoon om dit maal de inwoners van het deel van Yogya op te roepen. We zijn dit keer een soort van dankbaar dat de beste man aan het raaskallen is geslagen, want als hij dat niet had gedaan hadden we waarschijnlijk de hele middag én avond door geslapen (om vervolgens 's nachts weer wakker te liggen). Geheel volgens traditie worden we in de volgende nacht om vier uur weer wakker van de verschillende Moskeeën in de omgeving, maar na een kwartier is het stil en slapen we weer rustig verder.
Dag twee in Yogyakarta breekt aan. We laten de was doen en hangen wat om het zwemabd, heerlijk relaxed! In een becak (fietstaxi) laten we ons naar de Progo brengen. Een soort warenhuis waar ik een pincet (voor mijn inmiddels monsterlijk grote wenkbrauwen) en mascara koop.
In de namiddag begint de ‘snacktour bij motorbike'. We laten ons door twee enhousiaste dames door de stad rijden en bezoeken het ene eettentje na het andere (wat zijn we blij dat we niet gelunched hebben!) In een typische warung aan de kant van de weg proeven allerlij typische hapjes van deze streek. Zo ook een Kroket (een soort bitterbal met daarin een klein groen - heet - pepertje. Mini hapje peper en vervolgens een hapje Kroket blijkt een heerlijke combinatie. Na dit winkeltje rijden we naar een restaurantje waar alles, maar dan ook écht alles, bereid wordt met Javaanse suiker. Er wordt een bord opgeschept met rijst en in deze suiker bereide eieren, kippenpoot, eenden kop (!), tempeh en koeienhuid (dat laatste hoorden we pas toen we een hapje hadden genomen...) We proeven van alles wat (maar nemen toch echt geen hapje eendenhersen of -oog. Bij een volgend kraampje mag ik zelf ‘Lotek' maken. Een salade (lijkt op Gado-Gado) op basis van een verse pindasaus met verse ingrediënten (kool, tomaat, komkommer, spinazie en in een buideltje stoomde rijst).
Het is heerlijk, met recht makan enak (met op de achtergrond al weer het gemekker voor het volgende avondgebed...)

Vannacht om vier uur gaat de wekker en worden we met een ontbijtbox op schoot naar het vliegveld gebracht voor ons avontuur op Sulawesi. Wellicht hebben we daar, omdat we veel de jungle ingaan en het een stuk minder toeristisch is, geen of minder internet. De verhalen blijven we schrijven, maar het kan zijn dat ze er pas later opkomen.
Tot snel!
Liefs,
Olav en Hill